Duurzaamheidsgerelateerde transparantie
Stand van de informatie: 20 augustus 2026
A. Ondernemingsgerelateerde openbaarmaking
I. Onze strategieën voor de inachtneming van duurzaamheidsrisico’s (op grond van art. 3 OffenlegungsVO)
- Als onderneming willen wij een bijdrage leveren aan een duurzamere, hulpbronnenefficiënte economie, met als doel in het bijzonder de risico’s en gevolgen van klimaatverandering te verminderen. Naast het in acht nemen van duurzaamheidsdoelstellingen in onze eigen bedrijfsorganisatie zien wij het als onze taak om ook onze klanten bij de inrichting van de met ons bestaande zakelijke relatie te sensibiliseren voor aspecten van duurzaamheid.
- Milieuomstandigheden, sociale ontwrichting en/of slecht ondernemingsbestuur kunnen in meerdere opzichten negatieve gevolgen hebben voor de waarde van de beleggingen en vermogens van onze klanten. Deze zogenoemde duurzaamheidsrisico’s kunnen rechtstreekse gevolgen hebben voor de vermogens-, financiële en resultaatpositie en ook voor de reputatie van de beleggingsobjecten. Omdat dergelijke risico’s zich uiteindelijk niet volledig laten uitsluiten, hebben wij voor de door ons aangeboden financiële diensten specifieke strategieën ontwikkeld om duurzaamheidsrisico’s te herkennen en te beperken.
- Voor de begrenzing van duurzaamheidsrisico’s trachten wij beleggingen in dergelijke ondernemingen te identificeren en zoveel mogelijk uit te sluiten die een verhoogd risicopotentieel vertonen. Met specifieke uitsluitingscriteria achten wij ons in staat beleggingsbeslissingen op milieugerelateerde, sociale of ondernemingsgerelateerde waarden te richten. Hiertoe grijpen wij terug op in de markt erkende beoordelingsmethoden.
- De identificatie van geschikte beleggingen kan enerzijds erin bestaan dat wij in beleggingsfondsen beleggen waarvan het beleggingsbeleid is uitgerust met een geschikte en erkende duurzaamheidsfilter ter reductie van duurzaamheidsrisico’s. De identificatie van geschikte beleggingen ter begrenzing van duurzaamheidsrisico’s kan er ook in bestaan dat wij voor de productkeuze in het vermogensbeheer op erkende ratingbureaus terugvallen.
II. Ons beloningsbeleid in verband met de inachtneming van duurzaamheidsrisico’s (op grond van art. 5 OffenlegungsVO)
- De strategieën van onze onderneming voor de inachtneming van duurzaamheidsrisico’s vloeien ook in de interne organisatierichtlijnen. De inachtneming van deze richtlijnen is bepalend voor de beoordeling van de werkprestatie van onze medewerkers en beïnvloedt daarmee eveneens de toekomstige salarisontwikkeling. In zoverre staat het beloningsbeleid in overeenstemming met onze strategieën voor de inachtneming van duurzaamheidsrisico’s.
III. Verklaring over de belangrijkste ongunstige effecten van beleggingsbeslissingen op duurzaamheidsfactoren (op grond van art. 4 OffenlegungsVO)
a. Samenvatting
ZUWAX Asset Management GmbH is financiëlemarktdeelnemer in de zin van Verordening (EU) 2019/2088 (OffenlegungsVO) voor zover zij financieel portefeuillebeheer verricht, en financieel adviseur voor zover zij beleggingsadvies of beleggingsbemiddeling verricht. Wij houden rekening met de belangrijkste ongunstige effecten van beleggingsbeslissingen op duurzaamheidsfactoren (art. 4 Abs. 1 Buchst. a OffenlegungsVO). Voor zover de gegevens van de productaanbieders ons ter beschikking staan, houden wij met dergelijke effecten ook rekening bij het beleggingsadvies en de beleggingsbemiddeling (art. 4 Abs. 5 OffenlegungsVO).
Duurzaamheidsfactoren omvatten milieu-, sociale en werknemersbelangen, de eerbiediging van de mensenrechten alsmede de bestrijding van corruptie en omkoping. Principal Adverse Impacts (PAI) zijn de belangrijkste ongunstige effecten van beleggingsbeslissingen op deze factoren.
Deze ondernemingsgerelateerde verklaring geldt voor het vermogensbeheer van ZUWAX Asset Management GmbH. De productgerelateerde openbaarmaking (met inbegrip van de verklaring dat de aan de beleggingsstrategieën ten grondslag liggende beleggingen de EU-criteria voor ecologisch duurzame economische activiteiten niet in aanmerking nemen) volgt onder onderdeel B. De EU-taxonomie is een ander regelgevingskader dan de PAI-inachtneming overeenkomstig art. 4 OffenlegungsVO.
b. Beschrijving van de belangrijkste ongunstige effecten
Wij hanteren de verplichte PAI-indicatoren overeenkomstig bijlage I tabel 1 van Gedelegeerde Verordening (EU) 2022/1288, voor zover voor de aangehouden instrumenten gegevens beschikbaar zijn. Daartoe behoren in het bijzonder broeikasgasemissies en CO₂-intensiteit, activiteiten op het gebied van fossiele brandstoffen, schendingen van de beginselen van het UN Global Compact en de OESO-richtlijnen, ontbrekende procedures voor het toezicht op de naleving van deze standaarden, de genderverhouding in leidinggevende organen alsmede betrokkenheid bij controversiële wapens.
De kwantitatieve meting geschiedt jaarlijks op basis van Morningstar-ruwe gegevens. Een schatting van ontbrekende waarden vindt niet plaats; bij hiaten wijzen wij een overeenkomstig laag dekkingspercentage uit. Een tabelmatige kwantificering volgens het bindende model in bijlage I publiceren wij zodra de jaarlijkse gegevenslevering een toereikende dekking bereikt. Tot die tijd geschiedt de inachtneming van de PAI kwalitatief via de hierna genoemde strategieën.
c. Strategieën voor vaststelling en weging
Voor de vaststelling van de PAI gebruiken wij uitsluitingscriteria, best-in-class-selectie naar ESG-ratings van erkende dataproviders (MSCI, LSEG, ISS ESG, Sustainalytics) en de jaarlijkse Morningstar-PAI-levering. Instrumenten die de beginselen van het UN Global Compact schenden of een verhoogd controversarisico vertonen, dienen niet of slechts bij uitzondering te worden aangehouden. In de beleggingsstrategie Global Future / Global Future+ vloeien deze criteria in de fondsselectie. Bij bemiddelde beleggingsinstellingen (inclusief NXT-ELTIF’s) steunen wij op de PAI- en duurzaamheidsinformatie van de kapitaalbeheervennootschap en de portefeuillebeheerders.
De weging richt zich naar gegevensbeschikbaarheid, ernst van het effect en de gekozen beleggingsstrategie. Art.-8-strategieën (Global Future, Global Future+) worden strenger gefilterd dan strategieën die geen ecologische of sociale kenmerken promoten (Global, Select, Income). Een volledige uitsluiting van alle ongunstige effecten is niet mogelijk.
d. Betrokkenheidsbeleid
Betrokkenheid (engagement) en de uitoefening van stemrechten maken geen deel uit van de beleggingsstrategie van ZUWAX Asset Management GmbH. Als vermogensbeheerder zijn wij niet gemachtigd tot de uitoefening van stemrechten of tot een desbetreffende afgifte van instructies. Een vermindering van PAI via stemrechtuitoefening op het niveau van de doelondernemingen vindt daarom niet plaats. Voor zover doelfondsen over eigen betrokkenheidsbeleidslijnen beschikken, vloeien eventuele effecten voort uit hun openbaarmakingen.
e. Verwijzing naar internationaal erkende standaarden
Wij richten ons naar de tien beginselen van het Global Compact van de Verenigde Naties (mensenrechten, arbeidsnormen, milieu, corruptiebestrijding) en, voor zover van toepassing, naar de OESO-richtlijnen voor multinationale ondernemingen. Een Paris-Aligned Benchmark als bindende referentiewaarde is niet vastgelegd.
f. Historische vergelijking
Dit is de eerste volledige verklaring overeenkomstig art. 4 OffenlegungsVO in deze websiteversie (stand 20 augustus 2026). Een historische vergelijking van de PAI-indicatoren wordt opgenomen zodra ten minste twee jaarlijkse gegevensstanden beschikbaar zijn.
B. Productgerelateerde openbaarmaking
Als vermogensbeheerder biedt ZUWAX Asset Management GmbH verschillende beleggingsstrategieën aan. De aan de beleggingsstrategieën ten grondslag liggende beleggingen houden geen rekening met de EU-criteria voor ecologisch duurzame economische activiteiten.
De beleggingsstrategieën ZUWAX Global Future en ZUWAX Global Future+ zijn als een financieel product in de zin van art. 8 OffenlegungsVO geclassificeerd. De navolgende duurzaamheidsgerelateerde openbaarmaking onder afdeling IV. heeft derhalve uitsluitend betrekking op onze vermogensbeheerstrategieën ZUWAX Global Future en ZUWAX Global Future+ en niet op de vermogensbeheerstrategieën ZUWAX Global, ZUWAX Global+, ZUWAX Select, ZUWAX Select+ en ZUWAX Income.
IV. Verklaring van de ecologische en sociale kenmerken (op grond van art. 10 OffenlegungsVO)
Duurzaamheidsgerelateerde openbaarmakingen over ZUWAX Global Future.
a. Samenvatting
Als financieel product in de zin van Art. 8 OffenlegungsVO bevordert de beleggingsstrategie ZUWAX Global Future ecologische en sociale factoren, doordat bij de selectie van de belegde financiële instrumenten hun methoden voor de implementatie van duurzaamheidskenmerken in aanmerking worden genomen. Duurzaamheidsdoelstellingen (in de zin van Art. 9 OffenlegungsVO) worden met de beleggingsstrategie niet nagestreefd.
b. Geen duurzame beleggingsdoelstelling
Met dit financiële product worden ecologische of sociale kenmerken gepromoot, maar geen duurzame beleggingen nagestreefd.
c. Ecologische of sociale kenmerken van het financiële product
De beleggingsstrategie wordt via fondsen afgebeeld, die door ons investmentteam op basis van de gegevens van meerdere onafhankelijke aanbieders (o.a. MSCI, LSEG, ISS ESG) worden beoordeeld en geselecteerd. De vervulling van de ecologische of sociale kenmerken van de beleggingsstrategie wordt niet alleen door de classificatie van de belegde fondsen overeenkomstig de OffenlegungsVO gewaarborgd, maar door een beoordeling van alle in het fonds opgenomen posities.
Uitgangspunt van een beleggingsbeslissing in fondsen is de strategische assetallocatie („SAA“), die de rendement-risicoverhouding voor het individuele beleggersprofiel in elke portefeuille optimaliseert. De SAA wordt uit indices opgebouwd (zoals bijvoorbeeld de MSCI USA Net Total Return Index voor Amerikaanse aandelen), die een groot deel van de marktkapitalisatie van hun beleggingsuniversum dekken. In het kader van de productselectie worden vervolgens fondsen geselecteerd door wier posities in vergelijking met de betreffende SAA-index een duidelijk verbeterd duurzaamheidsprofiel wordt bereikt, terwijl tegelijkertijd de tracking error ten opzichte daarvan wordt geminimaliseerd.
Op fondsniveau wordt dit criterium bereikt door een combinatie van uitsluitingscriteria en best-in-class-titelselectie volgens ESG-criteria. Ter vervulling van de ecologische en sociale kenmerken van de beleggingsstrategie zijn criteria gedefinieerd die worden toegepast op het volgens ESG-criteria beoordeelbare deel van de portefeuille. Dit omvat circa 90 procent van de strategie en daarmee overkoepelend de beleggingscategorieën aandelen en obligaties. Als niet volgens ESG-criteria beoordeelbaar deel van de portefeuille worden posities in liquide middelen en goud geclassificeerd, die samen niet meer dan 10 procent van de strategie uitmaken. Goud kan vanuit ESG-perspectief niet zinvol worden beoordeeld, maar vervult een belangrijke functie in de portefeuille, omdat een bijmenging tot een duidelijke verbetering van het rendement-risicoprofiel leidt. Daarom wordt het edelmetaal bij de vermogensallocatie in beperkte omvang in aanmerking genomen.
d. Beleggingsstrategie
ZUWAX Global Future is een passieve en regelgebaseerde beleggingsstijl die de beleggingscategorieën aandelen en obligaties alsmede in beperkte omvang goud en de geldmarkt in aanmerking neemt. De samenstelling van de portefeuille berust op efficiënte combinaties van de verschillende effecten, waardoor de individuele rendement-risicoverhouding wordt geoptimaliseerd. De beleggingsstijl wordt in tien verschillende risicoklassen aangeboden, waardoor zo nauwkeurig mogelijk wordt beantwoord aan de persoonlijke risicodraagkracht en rendementsverwachting van de belegger. Na initiële belegging van het volume overeenkomstig de strategische assetallocatie (SAA) in een van de tien risicoklassen volgt de doorlopende bewaking en sturing van het vermogen door een herbalanceringsalgoritme dat de samenstelling van de portefeuille dagelijks toetst en de portefeuille op de doelallocatie terugzet indien gedefinieerde drempelwaarden worden over- of onderschreden. De beleggingsstrategie wordt via fondsen uitgevoerd die door ons portefeuillebeheer op basis van de gegevens van meerdere onafhankelijke aanbieders (o.a. LSEG Data & Analytics, ISS ESG, MSCI) worden beoordeeld en geselecteerd.
Ons beleid voor de beoordeling van de praktijken van goed ondernemingsbestuur van de ondernemingen waarin wordt belegd, bestaat uit een combinatie van uitsluitingscriteria en een best-in-class-benadering, gebaseerd op de beoordelingen van gerenommeerde aanbieders van ESG-gegevens. Met uitsluitingscriteria wordt beoogd ondernemingen uit te sluiten die de beginselen van het Global Compact van de Verenigde Naties schenden. De tien beginselen van het Global Compact omvatten richtsnoeren voor de omgang met mensenrechten, arbeidsrechten, corruptie en milieuschendingen. Zo dienen ondernemingen de bescherming van de internationale mensenrechten te eerbiedigen en ervoor te zorgen dat zij niet medeplichtig zijn aan mensenrechtenschendingen. In een volgende stap zorgt de best-in-class-benadering ervoor dat de belegde beleggingsfondsen ondernemingen bevatten die zich onderscheiden door een bovengemiddelde governancescore.
e. Verdeling van de beleggingen
Het aandeel duurzame beleggingen bedraagt 0 procent.
Het aandeel duurzaamheidsgerelateerde beleggingen bedraagt circa 95 procent. Met duurzaamheidsgerelateerde beleggingen worden die bedoeld die ecologische en sociale kenmerken promoten of ongunstige effecten op duurzaamheidsfactoren in aanmerking nemen. Het portfoliomanagement steunt voor de bevordering van ecologisch en sociaal duurzame kenmerken niet uitsluitend op de classificatie door de fondsaanbieders overeenkomstig de OffenlegungsVO.
Er kan echter van worden uitgegaan dat ten minste 80 procent van het beleggingsvolume is belegd in fondsen die door de aanbieders overeenkomstig art. 8 of art. 9 van de OffenlegungsVO zijn geclassificeerd. In totaal wordt rond 95 procent van het beleggingsvolume met inachtneming van duurzaamheidskenmerken belegd. Een uitzondering vormen kasmiddelen die voor operationele doeleinden worden aangehouden, alsmede een gering aandeel edelmetalen die dienen ter optimalisatie van het rendement-risicoprofiel. Beide posities – liquiditeit en goud – maken samen niet meer dan 5 procent van het beleggingsvolume van deze beleggingsstrategie uit.
Een overzicht van de samenstelling van alle beleggingsstrategieën vindt u in onze onboardingtraject. De kwartaalgewijze IVA-certificaten (toetsingsrapporten van het Institut für Vermögensaufbau over het rendement-risicoprofiel en het duurzaamheidsprofiel van de Global-Future-portefeuilles, bomenrating 1–5) stellen wij op verzoek onder [email protected] beschikbaar. De methodiek beschrijft het IVA onder https://institut-va.de/nachhaltigkeits-bewertung/. ZUWAX-specifieke rapporten zijn momenteel niet als zelfstandige bestanden op deze website achtergelegd.
f. Bewaking van de ecologische of sociale kenmerken
Het aandeel duurzaamheidsgerelateerde beleggingen in de beleggingsstijl ZUWAX Global Future wordt per kwartaal door het IVA gecontroleerd, beoordeeld en gecertificeerd. Het IVA bepaalt aan de hand van een consensusrating van meerdere onafhankelijke ESG-ratingaanbieders (ISS ESG, Sustainalytics, LSEG Data & Analytics) de door het portfoliomanagement van ZUWAX Asset Management GmbH ingezette fondsen op basis van hun respectieve daadwerkelijke beleggingen (portefeuilleposities). Het IVA meet de duurzaamheid op een schaal van 1 tot 5 bomen voor elk belegd fonds en berekent vervolgens op strategieniveau hoeveel procent van de portefeuille in fondsen met 1,2,3,4 of 5 bomen is belegd. Deze verdeling alsmede gegevens over de ratingaanbieders vindt u in de IVA-certificaten, die wij op verzoek onder [email protected] verstrekken.
g. Methoden voor ecologische of sociale kenmerken
In vergelijking met de niet-duurzame brede marktindices voor mondiale aandelen en mondiale obligaties (benchmarks) vertonen de in de beleggingsstrategie opgenomen fondsen een kwalificeerbaar duurzaamheidsprofiel. Voor het meten van het duurzaamheidsprofiel wordt teruggegrepen op ratings van de dataleverancier MSCI.
Aanvullend is als onafhankelijke instantie het Institut für Vermögensaufbau (IVA, https://www.institut-va.de) belast met de meting van de duurzaamheid van de strategie. Het betreft een bankonafhankelijke Duitse vennootschap ter bevordering van vermogensopbouw van particuliere beleggers door het verlenen van onafhankelijke financieel-wetenschappelijke diensten. De beoordeling van de portefeuille door het IVA geschiedt driemaandelijks. De certificeringsrapporten (Conservatief: risicoklassen 10, 20 en 30; Evenwichtig: 40, 50 en 60; Winstgericht: 70, 80 en 90; Aandelengebaseerd: Global Future 100) stellen wij op verzoek beschikbaar via [email protected].
Conservatief: voor Global Future-portefeuilles van de risicoklassen 10, 20 en 30.
Evenwichtig: voor Global Future-portefeuilles van de risicoklassen 40, 50 en 60.
Winstgericht: voor Global Future-portefeuilles van de risicoklassen 70, 80 en 90.
Aandelengebaseerd: voor de zuivere aandelenportefeuille Global Future 100.
Een overzicht van de ESG-beoordeling van alle ZUWAX-Global-Future-strategieën is op verzoek verkrijgbaar onder [email protected].
h. Gegevensbronnen en gegevensverwerking
De door ZUWAX Asset Management GmbH gebruikte gegevens voor het meten en beoordelen van duurzaamheid worden betrokken van MSCI en Morningstar alsmede van de propriëtaire Sustainability Rating van onze partner, LGT Bank (Switzerland) Ltd. De door het IVA gebruikte gegevens worden betrokken van de aanbieders ISS ESG, LSEG Data & Analytics en Sustainalytics.
De door ZUWAX Asset Management GmbH gebruikte gegevens worden op plausibiliteit gecontroleerd, vergeleken met eerder verzamelde gegevens en regelmatig op actualiteit geverifieerd. Ruwe gegevens van Morningstar worden jaarlijks verzameld, op plausibiliteit gecontroleerd en gebruikt voor de „Verklaring over de belangrijkste ongunstige effecten van beleggingsbeslissingen op duurzaamheidsfactoren (overeenkomstig art. 4 OffenlegungsVO)”. Er vindt geen schatting van gegevens plaats; bij ontbrekende gegevens wordt een overeenkomstig laag dekkingspercentage vermeld.
i. Beperkingen ten aanzien van methoden en gegevens
De door ons en onze partners uitgevoerde ESG-beoordelingen zijn niet gebaseerd op zelf verzamelde en geïnterpreteerde gegevens, maar uitsluitend op de ratings van gevestigde ESG-dataleveranciers. Voor de juistheid en actualiteit van de gegevens kan geen garantie worden gegeven.
Ondernemingen waarvan de aandelen en obligaties zijn opgenomen in fondsen waarin door ZUWAX Asset Management GmbH wordt belegd, beschikken elk over een ESG-rating. ZUWAX Asset Management GmbH zijn geen gevallen bekend waarin aandelen en obligaties van afzonderlijke ondernemingen ondanks het ontbreken van een ESG-rating duurzaam in een van de belegde fondsen werden aangehouden. Wij schatten de verwezenlijking van de met het financiële product gepromote ecologische of sociale kenmerken daarom niet als bedreigd in.
De externe certificeringsrapporten van het IVA worden bovendien alleen opgesteld voor fondsen waarvoor een consensusrating op basis van de gegevens van alle hiervoor gebruikte aanbieders beschikbaar is.
j. Zorgplicht
Voor de beleggingsstrategie ZUWAX Global Future komen alleen fondsen in aanmerking waarvan de beleggingen in overeenstemming zijn met de aangeprezen ecologische of sociale kenmerken. De uitsluitingscriteria op portefeuilleniveau stellen een minimumnorm vast waaraan ondernemingen moeten voldoen om voor de portefeuille belegbaar te zijn. Door regelmatige interne controles wordt zeker gesteld dat de uitsluitingscriteria worden nageleefd.
Een dagelijkse, op algoritmen gebaseerde bewaking en bij behoefte regelgebaseerde herschikking (rebalancing) stelt bovendien zeker dat het aandeel van individuele beleggingscategorieën in elke klantportefeuille op lange termijn overeenkomt met de overeengekomen beleggingsrichtlijnen. Het op algoritmen gebaseerde rebalancing dient als doorlopende interne controle en stelt zeker dat de onder „Aandeel van de belegging” beschreven aandelen in duurzaamheidsgerelateerde beleggingen worden nageleefd.
Ter naleving van de zorgplicht in de zin van de bevordering van ecologisch en sociaal duurzame kenmerken in het kader van de beleggingsstrategie ZUWAX Global Future is het IVA als onafhankelijke instantie belast met de driemaandelijkse meting van de ESG-score. Deze externe controle valideert regelmatig het ESG-profiel van de gehele beleggingsstrategie op basis van de gegevens van meerdere onafhankelijke ratingaanbieders.
k. Betrokkenheidsbeleid
Eventuele betrokkenheid maakt geen deel uit van de beleggingsstrategie. ZUWAX Asset Management GmbH is als vermogensbeheerder niet gemachtigd tot uitoefening van stemrechten of tot het geven van instructies dienaangaande. Het ondernemingsgerelateerde engagementbeleid is onder onderdeel III. letter d. beschreven.
l. Referentiebenchmark
ZUWAX heeft voor de beleggingsstrategie geen afzonderlijke referentiewaarde vastgelegd aan de hand waarvan de met het financiële product bevorderde ecologische of sociale kenmerken worden gemeten.
Duurzaamheidsgerelateerde openbaarmakingen over ZUWAX Global Future+.
a. Samenvatting
Als financieel product in de zin van Art. 8 OffenlegungsVO bevordert de beleggingsstrategie ZUWAX Global Future+ ecologische en sociale factoren, doordat bij de selectie van de belegde financiële instrumenten hun methoden voor de implementatie van duurzaamheidskenmerken in aanmerking worden genomen. Duurzaamheidsdoelstellingen (in de zin van Art. 9 OffenlegungsVO) worden met de beleggingsstrategie niet nagestreefd.
b. Geen duurzame beleggingsdoelstelling
Met dit financiële product worden ecologische of sociale kenmerken gepromoot, maar geen duurzame beleggingen nagestreefd.
c. Ecologische of sociale kenmerken van het financiële product
Global Future+ vormt een doorontwikkeling van de beleggingsstrategie Global Future, waarbij de basisportefeuille uit aandelen- en obligatiefondsen alsmede andere, dagelijks verhandelbare effecten om een allocatie in ELTIF’s wordt aangevuld. Vanwege verschillende datadekking voor beleggingen in beursgenoteerde en niet-beursgenoteerde activa worden ecologische en/of sociale kenmerken in de twee bestanddelen van de beleggingsstrategie in verschillende omvang aangeprezen.
Promotie van de kenmerken bij beursverhandelbare beleggingen (aandelen, obligaties, goud en liquiditeit)
Het liquide deel van de beleggingsstrategie wordt via fondsen afgebeeld, die door ons investmentteam op basis van de gegevens van meerdere onafhankelijke aanbieders (o.a. MSCI, LSEG, ISS ESG) worden beoordeeld en geselecteerd. De vervulling van de ecologische of sociale kenmerken van de beleggingsstrategie wordt niet alleen door de classificatie van de belegde fondsen overeenkomstig de OffenlegungsVO gewaarborgd, maar door een beoordeling van alle in het fonds opgenomen posities.
Uitgangspunt van een beleggingsbeslissing in fondsen is SAA, die de rendement-risicoverhouding voor het individuele beleggersprofiel in elke portefeuille optimaliseert. De SAA wordt uit indices opgebouwd (zoals bijvoorbeeld de MSCI USA Net Total Return Index voor Amerikaanse aandelen), die een groot deel van de marktkapitalisatie van hun beleggingsuniversum dekken. In het kader van de productselectie worden vervolgens fondsen geselecteerd door wier posities in vergelijking met de betreffende SAA-index een duidelijk verbeterd duurzaamheidsprofiel wordt bereikt, terwijl tegelijkertijd de tracking error ten opzichte daarvan wordt geminimaliseerd.
Op fondsniveau wordt dit criterium bereikt door een combinatie van uitsluitingscriteria en best-in-class-titelselectie volgens ESG-criteria. Ter vervulling van de ecologische en sociale kenmerken van de beleggingsstrategie zijn criteria gedefinieerd die worden toegepast op het volgens ESG-criteria beoordeelbare deel van de portefeuille. Dit omvat circa 90 procent van de strategie en daarmee overkoepelend de beleggingscategorieën aandelen en obligaties. Als niet volgens ESG-criteria beoordeelbaar deel van de portefeuille worden posities in liquide middelen en goud geclassificeerd, die samen niet meer dan 10 procent van de strategie uitmaken. Goud kan vanuit ESG-perspectief niet zinvol worden beoordeeld, maar vervult een belangrijke functie in de portefeuille, omdat een bijmenging tot een duidelijke verbetering van het rendement-risicoprofiel leidt. Daarom wordt het edelmetaal bij de vermogensallocatie in beperkte omvang in aanmerking genomen.
Promotie van de kenmerken bij niet-beursverhandelbare beleggingen (ELTIF’s)
Het semi-liquide deel van de beleggingsstrategie wordt via ELTIF’s omgezet. ELTIF’s zijn langetermijngerichte beleggingsinstellingen die het beleggers mogelijk maken te beleggen in ondernemingen die op lange termijn kapitaal nodig hebben.
ZUWAX belegt uitsluitend in fondsen die zelf onder art. 8 van de openbaarmakingsverordening (OffenlegungsVO) vallen. Bij de selectie van de ELTIF’s let het investmentteam er bovendien op dat ESG-criteria in het beleggingsproces worden geïntegreerd. Dit kan door een richtlijn voor uitsluitingscriteria en/of door een beoordeling van de beheerders van afzonderlijke beleggingen langs ESG-metrieken zoals scorecards worden uitgevoerd. De promotie dient daarbij op verschillende ecologische en sociale kenmerken betrekking te hebben, o.a. uit de categorieën milieu, sociaal, werknemers, toeleveringsketens en governance.
d. Beleggingsstrategie
Global Future+ volgt een regelgebaseerde beleggingsstrategie. Belegd wordt in de beleggingscategorieën aandelen, obligaties en private markets alsmede eventueel in geringe omvang in goud en de geldmarkt. De samenstelling van elke portefeuille berust op efficiënte combinaties van de ingezette effecten, waardoor de rendement-risicoverhouding voor het individuele beleggersprofiel wordt geoptimaliseerd. De beleggingsstrategie wordt in negen verschillende risicoklassen aangeboden, waardoor zo nauwkeurig mogelijk aan de persoonlijke risicodraagkracht en rendementsverwachting van elke belegger wordt beantwoord. Na initiële belegging van het beleggingsvolume overeenkomstig de SAA in een van de negen risicoklassen volgt de doorlopende bewaking en sturing van het vermogen door een sturingsmodel dat de samenstelling van elke portefeuille regelmatig toetst en deze naar de doelallocatie terugvoert indien gedefinieerde drempelwaarden worden over- of onderschreden.
Ons beleid voor de beoordeling van de praktijken van goed ondernemingsbestuur van de ondernemingen waarin wordt belegd, bestaat uit een combinatie van uitsluitingscriteria en een best-in-class-benadering, gebaseerd op de beoordelingen van gerenommeerde aanbieders van ESG-gegevens. Met uitsluitingscriteria wordt beoogd ondernemingen uit te sluiten die de beginselen van het Global Compact van de Verenigde Naties schenden. De tien beginselen van het Global Compact omvatten richtsnoeren voor de omgang met mensenrechten, arbeidsrechten, corruptie en milieuschendingen. Dienovereenkomstig dienen ondernemingen de bescherming van de internationale mensenrechten te eerbiedigen en ervoor te zorgen dat zij niet medeplichtig zijn aan mensenrechtenschendingen. In een volgende stap zorgt de best-in-class-benadering ervoor dat de belegde beleggingsfondsen ondernemingen bevatten die zich onderscheiden door een bovengemiddelde governancescore.
e. Verdeling van de beleggingen
Het aandeel duurzame beleggingen bedraagt 0 procent.
Het geplande minimumaandeel van beleggingen die worden ingezet ter verwezenlijking van de gepromote ecologische en/of sociale kenmerken, bedraagt 75 procent van het beleggingsvermogen.
Het liquide deel van de beleggingsstrategie vervult de gepromote kenmerken voor ten minste 90 procent. Een uitzondering vormen liquide middelen die voor operationele doeleinden worden aangehouden, alsmede een gering aandeel goud dat dient tot optimalisatie van het rendement-risicoprofiel. Beide posities – liquiditeit en goud – maken samen niet meer dan 10 procent van het beleggingsvolume van het liquide deel van de beleggingsstrategie uit. Mogelijke verschuivingen door marktbewegingen zijn hierbij al in aanmerking genomen.
Het semi-liquide deel van de beleggingsstrategie vervult de gepromote kenmerken voor ten minste 60 procent. Door marktbewegingen kan het aandeel semi-liquide beleggingen in het gehele beleggingsvermogen binnen de portefeuilles met de hoogste risicoklasse tot 40 procent stijgen. In een dergelijk geval zou nog steeds meer dan 75 procent van het beleggingsvermogen op ecologische of sociale kenmerken zijn gericht.
Het overige deel van de portefeuille omvat in wezen liquide middelen en liquide-middelenequivalenten, goud en – in het geval van het semi-liquide deel van het beleggingsvermogen – beleggingen die niet ter verwezenlijking van de gepromote ecologische of sociale kenmerken zijn gedaan. Dit aandeel kan ten hoogste 25 procent van het beleggingsvermogen uitmaken.
f. Bewaking van de ecologische of sociale kenmerken
Het aandeel duurzaamheidsgerelateerde beleggingen van de beleggingsstrategie ZUWAX Global Future+ wordt regelmatig gecontroleerd en beoordeeld. Via uitsluitingscriteria en ESG-ratings van de belegde instrumenten alsmede een dagelijkse controle van de portefeuillegewichten kan de naleving van de opgegeven aandelen worden gewaarborgd.
g. Methoden voor ecologische of sociale kenmerken
In vergelijking met de niet-duurzame brede marktindices voor mondiale aandelen en mondiale obligaties (benchmarks) vertonen de in de beleggingsstrategie opgenomen fondsen een kwalificeerbaar duurzaamheidsprofiel. Voor het meten van het duurzaamheidsprofiel wordt o.a. teruggegrepen op ratings van de dataleverancier MSCI.
h. Gegevensbronnen en gegevensverwerking
De door ZUWAX Asset Management GmbH gebruikte gegevens voor het meten en beoordelen van duurzaamheid worden betrokken van MSCI en Morningstar alsmede van de propriëtaire Sustainability Rating van onze partner, LGT Bank (Switzerland) Ltd.
De door ZUWAX Asset Management GmbH gebruikte gegevens worden op plausibiliteit gecontroleerd, vergeleken met eerder verzamelde gegevens en regelmatig op actualiteit geverifieerd. Ruwe gegevens van Morningstar worden jaarlijks verzameld, op plausibiliteit gecontroleerd en gebruikt voor de „Verklaring over de belangrijkste ongunstige effecten van beleggingsbeslissingen op duurzaamheidsfactoren (overeenkomstig art. 4 OffenlegungsVO)”. Er vindt geen schatting van gegevens plaats; bij ontbrekende gegevens wordt een overeenkomstig laag dekkingspercentage vermeld.
i. Beperkingen ten aanzien van methoden en gegevens
De door ons en onze partners uitgevoerde ESG-beoordelingen zijn niet gebaseerd op zelf verzamelde en geïnterpreteerde gegevens, maar uitsluitend op de ratings van gevestigde ESG-dataleveranciers. Voor de juistheid en actualiteit van de gegevens kan geen garantie worden gegeven.
Ondernemingen waarvan de aandelen en obligaties via fondsen indirect door ZUWAX Asset Management GmbH worden belegd, beschikken elk over een ESG-rating. ZUWAX Asset Management GmbH zijn geen gevallen bekend waarin aandelen en obligaties van afzonderlijke ondernemingen ondanks het ontbreken van een ESG-rating duurzaam in een van de belegde fondsen werden aangehouden. Wij schatten de verwezenlijking van de met het financiële product gepromote ecologische of sociale kenmerken daarom niet als bedreigd in.
j. Zorgplicht
Voor de beleggingsstrategie ZUWAX Global Future+ komen fondsen in aanmerking waarvan de beleggingen in overeenstemming zijn met de aangeprezen ecologische of sociale kenmerken. De uitsluitingscriteria op portefeuilleniveau stellen een minimumnorm vast waaraan ondernemingen moeten voldoen om voor de portefeuille belegbaar te zijn. Door regelmatige interne controles wordt zeker gesteld dat de uitsluitingscriteria worden nageleefd.
Een dagelijkse, op algoritmen gebaseerde bewaking en bij behoefte regelgebaseerde herschikking (rebalancing) stelt bovendien zeker dat het aandeel van individuele beleggingscategorieën in elke klantportefeuille op lange termijn overeenkomt met de overeengekomen beleggingsrichtlijnen. Het op algoritmen gebaseerde rebalancing dient als doorlopende interne controle en stelt zeker dat de onder „Verdeling van de belegging” beschreven aandelen in duurzaamheidsgerelateerde beleggingen worden nageleefd.
k. Betrokkenheidsbeleid
Betrokkenheid maakt geen deel uit van de beleggingsstrategie. ZUWAX Asset Management GmbH is als vermogensbeheerder niet gemachtigd tot de uitoefening van stemrechten of tot een desbetreffende afgifte van instructies. Het ondernemingsgerelateerde betrokkenheidsbeleid is onder afdeling III. letter d. beschreven.
l. Referentiebenchmark
ZUWAX heeft voor de beleggingsstrategie geen afzonderlijke referentiewaarde vastgelegd aan de hand waarvan de met het financiële product bevorderde ecologische of sociale kenmerken worden gemeten.